Geschiedenis

Iizasa 'Choisai' Ienaoko

In 1387 werd de stichter van de school geboren in het dorp Iizasa. Hoewel de familie tot de lagere landadel behoorde, had ze al geruime tijd een leidende rol in de provincie Kanto (nu Chiba prefectuur).

Ienaoko behoorde tot de Chiba-clan en heeft verschillende veldslagen gevochten. Nadat de clan van zijn meester verslagen was door de Ashikaga-shôgun, vertrok Ienaoko in afzondering naar Umekiyama, nabij de Katori-tempel.
Volgens de overleveringen gaat het verhaal als volgt verder: toen op een dag één van de discipelen het paard van de meester waste in de nabijgelegen bron, kreeg het dier stuiptrekkingen en viel dood neer.
Ienaoko zag daarin een teken van de krijgsgod dat hij niet meer verder hoefde te reizen en hij betrok een eenvoudige hut naast de poort van de tempel. Elke ochtend stond hij vroeg op en oefende zijn gevechtstechnieken tot het weer donker werd. Ondanks de zware fysieke training, bestudeerde hij tot diep in de nacht religieuze en filosofische geschriften.

Na weer een dag van stevige fysieke en psychische inspanning, kreeg hij op een nacht een visioen. De krijgsgod Futsunushi no Mikoto verscheen voor hem in de gedaante van een jonge man. Gezeten op een tak wenkte het visioen hem en overhandigde hem de Mokuroku Heiho Shinshô-rol met de woorden: 'Choisai…, gij zult de leermeester worden van alle grote zwaardvechters onder de zon'. Na deze woorden sprong de schim uit de boom en verdween.
Op de Mokuroku stonden de door de goden beschreven technieken en strategieën.

Ienaoko veranderde zijn naam in 'Choisai' en stichtte een schermschool die hij 'Katori' noemde, naar de tempel. Om Futsunushi no Mikoto te eren, voegde hij er 'Tenshin Shoden' (door de goden geschonken) aan toe en 'Shin Tô' (het zuivere zwaard). De stichter overleed in 1488, hij werd 102 jaar.

Het archief van de Katori Shinto Ryu vermeldt een aantal beroemde zwaardvechters als leerlingen: Kami Izuma Ise no Kami Nobutsana, de stichter van de Kage Ryu (waaruit later de Yagyu Shinkage Ryu voortkwam), Tsukuhara Bokuden, grondlegger van de Kashima Shinto Ryu, warlord Toyotomi Hideoshi, en generaal Takenaka Hanbei Shigeharu zijn maar een greep uit het rijke verleden van de school.

De school

De volgelingen van de school mengden zich enkel in een dispuut op verzoek van de keizer, de shôgun, of wanneer het vaderland bedreigd werd. Onder geen enkele omstandigheid konden zij ingehuurd worden door op macht beluste warlords, ongeacht wat de beloning mocht zijn.
Door deze onafhankelijkheid konden de hoofdmeesters van de Katori Shinto Ryu de politiek in stand houden dat iedereen, ongeacht rang, afkomst of sociale positie, kon studeren in de school (een belangrijke grondregel die nog steeds geldt).

Hoewel niemand uitgesloten werd, was men nooit op zoek naar grote aantallen leerlingen. Wij zijn van mening dat een kleine, trouwe groep studenten genoeg garantie biedt om de waarden van de school levend te houden.

'Heiho wa heiho nari' Met deze woordspeling opent de mokuroku van de school.
De eerste 'heiho' wordt geschreven met kanji die ook als 'hyoho' gelezen worden en betekenen 'martiale methode'; de tweede 'heiho' wordt geschreven met kanji die 'vreedzame methode' betekenen. Het is onze overtuiging dat de werkelijke studie van de martiale kunst gepaard gaat met menselijk gedrag en de ontwikkeling van hoge morele waarden: het is niet de fysieke, maar de psychische overwinning die je moet nastreven (arawazu ni katsu, winnen zonder vechten). Je mag dit echter niet verwarren met pacifistische inactiviteit: de leer van de school, die door het Boeddhisme geïnspireerd is, dicteert dat je enkel mag doden als er geen andere optie is, maar welgemeend pacifisme is even dodelijk als de meest gewelddadige actie.

Mocht je geshockeerd zijn door het ondubbelzinnig gebruik van de term 'doden', gelieve er dan rekening mee te houden dat de school gesticht werd tijdens een zeer gewelddadig tijdperk, waar oorlogen tussen de verschillende clans eerder regel dan uitzondering waren.

De Katori-eed

Elke leerling die zich inschreef in de school moest een eed afleggen die hij met zijn bloed bezegelde. Dit ritueel heet 'keppan' en de eed luidt als volgt:

  1. Ik beloof als volgeling van de Tenshin Shoden Katori Shinto Ryu, die een geschenk is van de heilige god van de Katori-schrijn, onvoorwaardelijk de geheimen te bewaren van deze school.

  2. Nooit zal ik krijgstechnieken demonstreren aan niet-ingewijden of daarover in discussie gaan.

  3. Ik zal niet gokken noch plaatsen bezoeken die in strijd zijn met de hoge moraal van de school.

  4. Ik zal nooit het zwaard opnemen tegen volgelingen van een andere school zonder dat ik een certificaat van meesterschap heb ontvangen van deze school.

Ik beloof dat ik mij zal houden aan bovenstaande eed. Mocht ik een van deze regels overtreden, zal ik mij onderwerpen aan de Boeddhistische God 'Marishiten' die over mij zal oordelen. Ik zweer deze eed van trouw, die ik met mijn bloed teken, aan de God van de schrijn.

Katori Shinto Ryu in de 20ste eeuw

In het begin van de 20ste eeuw was het toekomstperspectief voor de school niet erg gunstig: de 18de soke stierf zonder een opvolger na te laten, er waren wel een aantal hoog gegradueerde leraren maar veel nieuwe leerlingen schreven zich niet in. Het is eigenlijk voor een groot stuk te danken aan Jigoro Kano sensei dat de basis verstevigd werd.

Het was de stichter van de Kodokan, de grondlegger van Kodokan judo, die zijn leerlingen erop wees dat ze geen complete martial artists waren zonder de studie van het zwaard. De oorzaak was een incident met een student, waardoor Kano sensei ging nadenken over het psychische aspect van training.
Zijn conclusie was dat zij die enkel judo beoefenen teveel met het aspect "sport" bezig waren, en de morele training verwaarloosden.
Hij richtte in 1927 de 'Kobudo Kenkyukai' op, de 'Vereniging die Klassieke Krijgskunsten Bestudeert'. Het is onder deze omstandigheden dat zijn interesse gewekt werd voor de Katori Shinto Ryu.

De schermtraditie van de Katori Shinto Ryu werd al 500 jaar van generatie op generatie doorgegeven in Chiba-prefectuur. Het verzoek van Kano om de school aan te leren in Tokio, dus buiten Chiba, veroorzaakte in eerste instantie enige commotie in de dojo, maar omdat de school in vergetelheid dreigde te raken, werd besloten om de leerstellingen van de school actief te gaan verspreiden in de hoofdstad.
Vier shihan werden verzocht deze taak op zich te nemen. Narimichi (Kisaburo) Tamai (70 j), Sozaemon Kuboki (50 j), Tanekichi Ito (45 j) en Ichizo Shiina (38 j) vertokken in 1928 naar de Kodokan om Katori Shinto Ryu te onderwijzen.
Ieder van deze leraars was een autoriteit op het gebied van zwaardvechten, ze hadden allemaal dezelfde opleiding gekregen, maar afhankelijk van hun leeftijd en fysiologie bleek er een ontzettend verschil in de uitvoering van hun techniek.

Tekst: Hugo 'Shock' Chauveau

(Info: "Budo Kyo Han", Y. Sugino & K. Ito, "The deity and the sword", R. Otake, Interviews met meesters Mochizuki en Sugino in: Karate nr. 139-september 1987, Arts et Combats nr. 11-september 1994, Aikido Journal vol. 24-no. 1-1997, en de lessen van Hatakeyama sensei, Sugino sensei en Erik Louw sensei)